‘Kom op, je kunt het,’ zeg ik tegen mijn spiegelbeeld.
‘Vergeet het maar,’ antwoordt de spiegel.
Ik val bijna achterover van verbazing. Starend naar mijn spiegelbeeld breng ik mijn hand naar mijn haar. Mijn evenbeeld doet precies hetzelfde. Natuurlijk, het is mijn weerspiegeling. Ik schud mijn hoofd. Het zijn gewoon de zenuwen voor de presentatie die ik straks moet geven.
‘Ik kan het,’ zeg ik weer tegen de spiegel.
‘Niet,’ zegt mijn replica. Ze steekt zelfs haar tong uit.
‘Hou je kop.’
‘Het is je eigen kop.’
‘Bijdehand.’
‘Wat je zegt ben je zelf.’
Ik smijt een stoel tegen de spiegel en hij barst in duizend stukjes.
‘Zo. En nu ga ik.’
‘Het wordt niks!’ klinkt het van duizend kanten.


Mooi de twijfel van binnenuit beschreven, Inge.
De slotzin is een vondst!
Een typo: ” ik kan het, zegt ik”
@Inge: die is leuk. Vooral dat laatste zinnetje. 🙂
Dankjewel Nel & Nele 🙂
Oeps, typfout gefixt.
Een klinkend slot Inge