Ik laat ze voor wat ze is: naakt en zwijgzaam. Haar silhouet met de ideale maten bekoort me niet, de rieten contouren roepen teveel herinneringen op. Ik draai haar om, het gezicht dat ze niet heeft naar de muur gekeerd. Je weet maar nooit. Even lijkt het alsof ze rilt, of hengelt ze naar enig mededogen van mij? Na alles wat ze mij heeft aangedaan?
Maar mijn hart is koud.
Buiten davert een vrachtwagen voorbij, de vloer trilt en ik zie haar vallen. Ik duik naar voor, breek haar val en voel haar houten boezem boven op me hijgen. Ze was dus ook geschrokken.
‘Dank je wel, lieve ridder van me’ zindert in mijn hoofd na als ik wakker schrik.


Dat lijkt me een griezelige droom.
Mij schiet het lied mijn houten hart van de Poema’s te binnen.
Vormen kunnen inspirerend werken.
@Levja: de Poema’s kende ik niet, dus ben ik snel gaan googlen. Mooie tekst!
@Marlies: het verhaal is volkomen fictie, maar als het echt geweest zou zijn, zou ik met een onbehaaglijk gevoel wakker geworden zijn.
@Chris: vormen werken altijd inspirerend!