‘Het begon met een klap op d’r kont. Het eindigde met een klopje op haar kist toen de grens van het aardse met het eeuwige ongewenst was overschreden; een onzichtbaar vertrouwenspersoon in de hemel.’
Hij laat me een chocoladehart zien met een feestelijke strik eromheen. ‘Dat doe ik elk jaar nog. En denk erom, niet van Jamin hè, dat is smaak- en geurloos. Nee, van een goede chocolatier. Zij gaf me altijd aftershave.
Een verrassing werd een gewoonte: “Geen bittere chocolade hoor,” zei ze altijd – hier, neem jij het maar, anders blijf ik in mijn geurinneringen hangen. De strik neem ik wel mee, die hang ik bij haar foto.’
Hij groet me en laat een geurspoor van Old Spice na.


Wat een smakelijk woord: geurinneringen
Ja, mooi woord, mooi stukje.
Berdien, Lousjekoesje. Dank jullie wel. Dit woord heb ik al eerder gebruikt.
Mooi!
Alice, hartelijk dank!