Ik loop langs het spoor met mijn neus tussen duim en wijsvinger. Niet tegen de kou, maar tegen de geur. Die is namelijk niet te harden. Zo ranzig, zuur en vies. Ouwe pis. Dat wil je niet ruiken. Ik bevind mij in een oud steegje van de hoofdstad. Ben er lang niet geweest. Maar het ruikt nog precies hetzelfde. Het spoor, de geur, het geurspoor. En het ergste moet nog komen. Het spoor is van mezelf. Wederom. Een harde les. Hardleers met andere woorden. Misselijkmakend dat Amstelbier. Je moet er zo van plassen. Dan haal je de kerk niet meer, laat staan het urinoir. Een mooie kathedraal is er niet, gelijk in Antwerpen. Wat rest is zelf sporen. Sorry hoofdstadsteeg.

Tja, stel je voor dat je het allemaal mee moet nemen….
Ben gene Kruikezeiker. 😆
En bedankt, ik zit klaar met mijn brood.
Toch een mooie twist dat de ik-persoon zelf buitensporig ruikt en doet.
Tis ook maar een klein bietje mens.
Geeft niet.