De conducteur scant de kaartjes, wij elkaars ogen.
Ik lach. Zij lacht.
Zo gaat het wekenlang. Vertraging is een zegen, het weekend een onderbreking.
Ze wenkt me. ‘Kom maar wat dichterbij, hoor. Ik bijt niet,’ zegt ze.
‘Voordat ik me voorstel, moet je al iets al van me weten. Ik heb een vriendin, ik ben lesbisch. Nee, niet biseksueel, gewoon lesbisch. Toch maak je het me moeilijk. Of juist gemakkelijk. Want genegenheid ligt op dezelfde plank als liefde in een ruime inloopkast. Liefde en genegenheid kiezen zichzelf.’
Ik vraag of ik haar handen mag vasthouden en zeg: ‘Weet je, wat zou ik graag willen dat ze gelijk hadden.’
‘Wie?’
‘De mensen die zeggen dat homoseksualiteit te genezen is.’
Ze lacht.


Recente reacties