‘Dag mevrouw, daar ben ik weer.’
Hij droeg een rieten mand voor zijn buik, waarvan een riem telkens van zijn schouder gleed: hij had maar een arm. In de manchet was een knoop gelegd – hoe deed hij dat?
De mand was zwaarder dan de inhoud. Mijn moeder kocht zoals altijd een paar stukken Melkmeisje Karnemelkzeep, die bij de drogist veel goedkoper was en niet vergeeld en brokkelig. En een pakje wenskaarten die met de mond geschilderd waren. Althans, dat stond erop.
‘Het is een oplichter,’ werd er gezegd. Marskramers waren sowieso dubieus, leerde ik al op school. Zigeuners ook. Zeehelden niet, want die waren dapper. Evenals Van Heutsz, voordat hij van zijn voetstuk viel en van zijn sokkel werd gehaald.


Hartje voor deze marskramer.
@Han: wat een onverwachtse wending in je verhaal. Van klein naar grote oneerlijkheden.
@Levja en Lisette. Dank jullie wel!
Verrassend aan het einde, Han. Mooi die link met Van Heutsz.
Mooi tijdsbeeld, fraaie draai naar voortschrijdend inzicht.
@keesleeuw en Odilia. Dank voor jullie leuke reacties.
De liefdadigheid van je moeder komt sterk naar voren in deze tekst. Mooi. Met name de vergeelde en brokkelige zeep maakt het beeld van de gemankeerde verkoper en zijn assortiment duidelijk. Hartje!
@Alice. Leuk dat je het zo interpreteert. Dank je!
Haha, mooie wending Han. Hartje erbij
Dank je, Mechtilde.
In Baarn is er nog een straat naar hem genoemd, mooi beeld van kleurrijke figuren van vroeger
Ach, wat leuk. Dank je José.