Mijn voeten sloffen door het koude zand. Diep onder mij ligt ijs, maar hierboven schuiven de woeste winden al millennia dezelfde zandkorrels heen en weer. Rood, geel en bruin kolken ze om mijn benen, terwijl ik voort sjok over mijn oneindige pad. Door valleien en kraters, langs bergkammen en vulkanen.
Dorst en honger ken ik niet. Vol handelsgeest hebben mijn Aardse bazen me toegerust met een krachtbron die me nog duizenden jaren zal voortdrijven over deze planeet. Met een volle mars op mijn rug en Mars onder mijn voeten verlang ik naar de dag waarop ik aanklop en een deur geopend wordt. Dan zal ik eindelijk spreken: “Gegroet, intelligent leven. Ik ben de Marskramer. Mag ik u onze stofzuiger demonstreren?”.

Hier zou je steeds een ander beeld bij kunnen vormen. Knap.
@Odilia: mooi beschreven
Zelden kan een verhaal mij zo meenemen. Erg knap Odilia. Die laatste zin zet je weer met beide benen op de vloer.
@ Levja, Lisette en keesleeuw: Dank voor jullie reacties. Mars en marskramer veroorzaakten in mijn hoofd een aangenaam absurde mix van extreme marktontwikkeling, handelsgeest en sf. En wat kun je dan verkopen, op zo’n zanderige planeet, als zich eindelijk intelligent leven heeft gevormd?
@Odilia. Goed opgebouwd stukje!
???? <3
Briljant!
(voort sjokt >voortsjokt)
Hij blijft in al zijn kleurrijkheid een verkoper. Mooi Odilia
ja je zal op Mars je brood moeten verdienen.