Als ik met de trap wil, wil hij tegenwoordig met de lift.
Ik moet naar hem luisteren of ik wil of niet. Vroeger had ik maling aan hem en ging ik maar door.
Maar goed, we zijn nog samen. Soms vraag ik me af hoe het zal zijn als we gaan scheiden. En wie zal dan wie in de steek laten?
We kennen elkaar ons hele leven al. Tot elkaar veroordeeld, maar nooit bij stilgestaan. Een vloeiende vereniging van lichaam en geest.
Zal ik ooit in een ander lichaam gaan huizen? En wil dat andere lichaam dat wel? Heb ik al eens in een ander lichaam gewoond, zoals sommigen geloven?
Wie wordt de donor van wie zonder afgestoten te worden?


Mooi thema is het die (on)stoffelijkheid
@Berdien. Dank je wel.
Mooi Han.
Mooie uitwerking van het thema!