‘Gaan jullie dood, mama?’
‘Waarom vraag je dat?’
‘Gewoon. Gaan jullie dood?’
‘Nog lang niet.’
‘Nadat Sinterklaas is geweest?’
‘Hoe kom je daar nou bij?’
‘Omdat Sinterklaas nog lang niet komt, zei je.
Gaan jullie naar de hemel of naar het paradijs? Mag ik dan mee?’
‘Nee, jij leeft veel langer.’
‘Maar ik wil niet alleen zijn.
En als ik eerder doodga? Gaan jullie dan met mij mee?’
‘Jij gaat niet eerder dood.’
‘Soms gaan kinderen ook dood!’
‘Denk daar maar niet aan.’
‘Wanneer komt Sinterklaas?’
‘Nog lang niet.’
Ik wil dat Sinterklaas nooit meer komt.’
‘Waarom niet?’
‘Dan gaan jullie dood.’
‘We gaan niet dood.’
‘Hoe oud ben je als je doodgaat?’
‘Heel oud.’
‘Sinterklaas is toch heel oud…?’


@Han: ach, wat mooi. Ik kan de twee stukjes niet helemaal bij elkaar plakken, ligt dat aan mij?
@Lisette. Dank je. De vrouw is ontdaan door de vragen van haar kind. Bijvoorbeeld bij de kassa van een supermarkt.
@Han: dank voor je toelichting. Ik las het meer alsof er in de laatste paar regels een dementerende vrouw werd opgevoerd. Eerste stukje is hartverscheurend prachtig!
@Lisette. Ach, ja dat zou misschien kunnen, maar dat is het niet. Dank je.
Mooie dialoog, zeker het eerste gedeelte. Ook ik moet wennen aan de overgang. Ik dacht even aan een oma, die een ernstige ziekte heeft en ben teruggegaan naar het begin.
@Levja. Ik zal kijken of ik het kan aanpassen. Kennelijk is het niet duidelijk. Dank je.
Stukken beter Han. Beetje bij beetje herken ik de logica van een kind.
@Levja. Dank je.
Ja, dan wil je dat sinterklaas eeuwig wegblijft, het is immers een zelfverzonnen figuur waar ze in Spanje nooit van hebben gehoord
@José. Dank je wel. Ook voor je andere reacties.