Het is lente, de natuur ontwaakt.
Vanuit de verte komt een mol aan geschuifeld. Met grote halen baant hij zich een weg. Pieren, meikevers en cicaden maken zich snel uit de voeten voor de bulldozer van de ondergrond. Met schrille stemmetjes waarschuwen ze elkaar voor het naderende gevaar. De mol is vastbesloten: hij moet en zal zijn voorjaarshonger stillen. Boven zijn hoofd wacht de merel. Hij ruikt de angst onder zijn poten en hoort hoe een vluchtende pier zijn richting uit komt. Hij of de mol, wie zal het halen? De aarde beweegt en dan gaat het plots razendsnel: de pier wordt prooi van de merel en de merel wordt prooi van de kat. Hij likkebaardt, languit in het gras.


Recente reacties