Erik knippert eens goed met zijn ogen. Hij zag de ridder in het schilderijtje aan zijn muur bewegen!
‘Dat kan niet,’ spreekt hij zichzelf toe.
‘Kom je mee op avontuur?’ vraagt de ridder met een uitnodigende armbeweging.
Als Erik zijn stem heeft hervonden, vraag hij: ‘Hoe dan?’
‘Simpel. Je duikt gewoon het schilderij in.’
Erik aarzelt even. Ver achter de ridder staat een kasteel. In het hoogste raam van de hoogste toren kan hij net een glimp opvangen van een gouden haarlok.
‘Oké.’ Hij neemt een aanloopje en duikt.
Zijn hoofd komt hard tegen het schilderij en de muur erachter. Hij hoort de ridder gemeen lachen.
Dan hoort hij zijn moeders stem: ‘Even wakker worden, suffie. Tijd voor je medicijnen.’


@Inge, kinderlijk fantastisch verteld, bijna jammer dat einde…
Dat is hard ontwaken. Leuk geschreven, maar inderdaad, ik had ook wel graag willen weten hoe dit sprookje afliep…
Dank je! Helemaal mee eens, maar ja, die limiet van 120 woorden hè… 😉
<3 het einde is zijn echte avontuur
Hè, nou weten we nooit hoe het afloopt.
Of maar gewoon even verder (dag) dromen.
Leuke fantasie.
Dank je! Inderdaad Levja, voel je vrij een eigen einde eraan te fantaseren 🙂
doet me enigszins denken aan Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans, schilderij op kinderkamer waar jongen in kruipt
Precies! Mij ook. Eén van mijn favorite boeken, Stúkgelezen.
Goh, zou ik onbewust daarom de naam Erik gekozen hebben? Hoewel ik dat boek nooit gelezen heb. Maar wel van gehoord natuurlijk…