En toch mis ik haar ansichtkaart. Ze stuurde altijd dezelfde, met twee postzegels erop.
Een inhoudsloos verhaal waarin veel stond. Geschreven in een ouderwets priegelig handschrift.
‘… je weet wel, ze staat hier ieder jaar. Nou, ze doet de naam van het Zwarte Potenkamp wel eer aan. Tjonge, wat een torrenbak. Je hebt toch wel een stukkie zeep? O ja, die Truus is gescheiden. Ze mag van Jaap de caravan houden; die man is altijd te goed geweest, hij zorgt zelfs nog voor haar koter. De slechtste wijven krijgen altijd de beste kerels. Nou, dan heb ik toch iets verkeerd gedaan.
Maar ik moet nu stoppen, want de kaan is klaar: kapucijners met spek.
Groeten uit de Fransche Kamp. Je tante.’


@Han. Jouw stukje doet herinneringen bij me bovenkomen. In de jaren zestig mocht ik een weekendje mee naar de Franse Kamp met een schoolvriendje en zijn ouders. Misschien heb ik je tante wel gezien.
@Ewald. Wat leuk. Mijn vader heeft daar toen hij jong was met vrienden gekampeerd. Te veel jochies in een te kleine tent lagen om en om. Hij had maar een week vakantie. Als eten hadden een kam bananen.
ik proef dat tante langer van stof was dan 120 woorden