Net over de drempel kom ik tot stilstand. In een seconde neem ik de situatie in me op. Mijn moeder, in haar beste zondagse jurk, wordt overeind geholpen. Mijn vader vist een plakje worst uit haar haren, die vast keurig gekapt waren, maar nu net zo treurig hangen als haar gezicht. Een spoor van omgevallen meubelstukken en glasscherven leidt naar de tuin, waar mijn broers rollend over het gazon elkaar de hersens inslaan. Het spandoek met ’50 jaar getrouwd’ is in tweeën gescheurd.
Mijn vader merkt mijn aanwezigheid op. ‘Je zei dat we je broers best konden uitnodigen. Dat ze volwassen zijn.’
‘Dat dacht ik,’ zeg ik tegen de mosterdvlek op mijn vaders nette pak. ‘Misschien heb ik me vergist.’


@Inge: gelukkig, ik dacht van dat pa moe in elkaar had gemept?
Ha Lisette, nee hoor, hij staat haar al 50 jaar bij 🙂
@Inge. Lekkere broers heb jij! Een hartje ter ondersteuning.
Het is fictie hoor, Han 😉 Maar bedankt!
En nog een hartje. Mooie variatie op het thema ‘mannen blijven jongetjes’
Dank je Mechtilde!
gelukkig is het fictie, zie een Jan Steen tafereel voor me