Isaaq stond met zijn kleindochter Nadia aan de hand te kijken naar het lichtspel van manen en lantaarns boven het water van de haven. Een Rossaans koppel, met hun typische zwarte klederdracht en lege witte gezichten, kwam hen voorbij. Hij vond het nog steeds een even wonderlijk schouwspel als toen ze hier net waren aangekomen.
Isaaq was net zo oud geweest als Nadia nu toen ze van de aarde moesten vluchten. Een kleuter die leefde van wonder tot wonder. Hij was al bijna volwassen geweest toen ze eindelijk de planeet met de vele manen en de onwaarschijnlijk blauwe nachtlucht vonden.
“Thuis was er maar één maan,” zei hij. “En de nachtlucht was donkerzwart.”
“Maar hier is toch thuis?” zei Nadia.

@Hekate. Leuke buitenaardse sfeer roep je op.
Opmerking: Het gebruik van de v.v.t. in de tweede alinea vind ik geen gelukkige keuze. Dit was anders geweest, wanneer je de eerste en de derde alinea in de o.t.t. had geschreven i.p.v. in de o.v.t.
@Hekate. Goed stukje. Origineel ook.
Isaaq was net zo oud geweest als Nadia nu …
Hij was al bijna volwassen geweest toen…
Ik zou geweest weghalen in beide gevallen.
Bedankt voor de reacties. Ik denk dat jullie gelijk hebben over de VVT, ik denk er even over na.
Fijne scene Hekate, zie ze voor me.
Je weet de sfeer goed te vangen. Ik denk dat mijn voorgangers gelijk hebben: het zou voor mij ook beter werken wanneer je het verhaal in de onvoltooid tegenwoordige tijd vertelt, en dan terugblikt in onvoltooid verleden in plaats van in voltooid verleden. Maar over dat laatste twijfel ik…