Het was nog maar net dat de zon opkwam. Met mijn wandelstok sloeg ik hem murw. Ik voelde me wandelstokoud. Hij blindeerde mijn ogen, de rotzon. Ik voelde de stralen tintelen op mijn netvlies. Waarom deed ik ook mijn ogen open? Dom, dom, dom.
Hij bleef echter plagen. Weigerde te verdwijnen. Geen wolkje aan de lucht die me ook maar wilde helpen. Hij lachte me uit. Ik voelde het aan mijn water. Gaf ie nu ook nog een knipoog? Misschien.
Met de laatste restjes licht in mijn ogen had ik de icons in mijn geheugen gegrift. Ik wist, ik moest ze onthouden. Heel belangrijk. En zeker de smileys. De zon die moest blijven schijnen op de een of andere manier.

Grappig, Mien. Volgens mij is het geen wolk die … maar geen wolkje dat …
Klopt. Die verrekte zon ook. 🙂 🙂 🙂
Da’s mooi beschreven, Mien. Een metafoor voor vechten tegen het ouder worden en proberen mee te blijven doen, dat is hoe ik het lees.
Moet icons niet emoticons zijn?
Dat is inderdaad beter. Dank voor je reactie Inge.