Het waren de priemende ogen van de wiskundeleraar – die niet begreep dat ik de priemgetallen oninteressant vond – die mij bang maakten. De ogen van mijn vader geven mij moed.
Laatst vond ik ‘m weer in de lade van zijn bureau dat nu mijn bureau is geworden: mijn vaders priem met houten handvat en een kurk erop. Beveiligd, zodat ik me niet kon bezeren. Een ouderwetse kurk van een jeneverfles.
Zijn liefdevolle ogen op de zwart-witfoto waarschuwen mij nog steeds voor het gevaar.
’s Morgens tijdens het scheren zie ik zijn ogen in de spiegel: de vorm, de diepte en de opslag. Hij raakt me zonder te priemen, ik hoor zijn stem.
Zou zijn liefde in mijn ogen te lezen zijn?


@Han, als je van geven (3e zin) gaven maakt, loopt het soepeler.
@ Milli. Daar zit wat in, maar ik wil vooral weergeven dat mijn vaders ogen mij nog steeds moed geven.
Groet, Han en bedankt!
Mooi, Han!
Dank je Nel.
Groet,
Han
mooi, jezelf herkennen in je vader!
Dank je, José. In vele opzichten lijk ik op hem.