‘Super’, ‘normaal’ en ‘diesel’. Geen nummers op de pompen. Alleen een bord met opschrift: ‘Met Harry goedgevuld de weg weer op’ – een tankstation midden in een woonwijk…
‘Gooi maar vol, Harry.’
Harry schroefde de tankdop los en zei: ‘Als je de motorkap ontgrendelt dan kijk ik even olie en water na.’
‘Hoeft niet Harry, dat heb je laatst al gedaan.’
‘Nee, service van de zaak’ – en ik krijg een fooitje.
Harry deed het vulpistool in de tankopening en controleerde wat hij had beloofd. ‘Er moet een half litertje olie bij. Is dat goed? Ik heb goede olie hoor: Shell!’
– Harry ging failliet.
Ik sta nu te tanken bij ‘pomp 4, loodvrij’, van de multinational waar Harry ooit zijn olie bestelde.


Leuk, maar ik begrijp alleen niet ‘en ik krijg een fooitje’
Waarom zou degene die tankt een fooi krijgen? Verklaart wel waarom hij failliet ging 😉
Desalniettemin een hartje.
Dag Noel,
En niet alleen het lokale tankstation natuurlijk. Ook andere kleine detaillisten sterven of zijn al gestorven. Ik vind het jammer dat kleine ondernemers (zeker in dorpen) uit het straatbeeld zijn verdwenen. Treurig verhaaltje.
Groet,
Annemieke
‘en ik krijg een fooitje’ vraag van Leon:
Het ‘- teken moet en stukje verder staan.
Rob.
Het streepje is een gedachtestreepje; Harry denkt dat hij een fooitje krijgt omdat hij service geeft.
Excuses als het onduidelijk is. Misschien kan ik het nog anders schrijven.
Han Maas
Wat is de boodschap?
Het is eerder een constatering dan een boodschap: het kleinschalige, persoonlijke is vervangen door het onpersoonlijke grootschalige. ‘Contact’ met een genummerde pomp in plaats van een praatje met een pompbediende als Harry die je ook nog service geeft.
Broeder Noel,
Vet verhaaltje. Nee, ik ga nu niet over Shell beginnen….
VmetdeVorK.
Dank je VmetdeVork!