Ik schuif op de stoel voor de controle van mijn tandvleesontsteking. Wachtend op de parodontoloog doet de assistente geeuwend verhaal.
‘Ik heb amper geslapen vannacht.’
‘Hoe komt dat?’
‘Omwille van het onweer.’
‘Ik begrijp het. Je slaapt onder een dakvlakraam en lag wakker van de herrie.‘
‘Klopt, maar daar lag het niet aan.’
‘Was je bang?’
‘Nee ik niet, maar mijn moeder wel.’
’Moest je bij haar gaan zitten dan?’
‘Nee, ik moest mijn jonge broertje wakker maken om dan met z’n allen beneden te waken tot het onweer voorbij was.’
‘Je meent het ?!’
‘Ooit heeft ze een blikseminslag meegemaakt, en sindsdien doet ze dat. Ach, we hebben er leren mee leven, maar ik verkies toch dat het overdag onweert.’


Geeuwend kijkt de assistente neer op de patiënt die met open mond klaar ligt.
Maar zo zie je; angst voor onweer is aangeleerd.
Aardig stukje,
Met vriendelijke groet,
Chris
Mooi stukje met een Vlaams sfeertje. Hartje.
Hahaha Chris, goed opgemerkt van die open mond en dat geeuwen, ik had het zelf niet eens in de gaten.
dank voor het hartje, Peter.
Voor mijn doen is dit heel erg Hollands geschreven, ik zie zelf niet waarin dat Vlaamse dan wel zit. (wat allicht ook logisch is)
Wellicht door “omwille”, of “verkiezen”, of “allicht”?
@Hilde, dit ervaar ik niet als één van je betere stukken.
Men schuift in een stoel. Wanneer men op een stoel schuift, schift men heen en weer. Wat heel goed kan hier, gezien het feit om welke stiel het gaat.
Naar mijn idee gaat het om controle van het tandvlees, waar dan die ontsteking zit.
Omwille zou vanwege moeten zijn. Er is een betekenisverschil.
– mijn jonge broertje
Dat zou jonger broertje moeten zijn.
– ‘Je meent het ?!’
Voor het vraagteken+uitroepteken hoort geen spatie. Nu tellen deze tekens samen als een woord. En daarmee klopt het woordenaantal niet meer.
De laatste zin loopt voor geen meter.
– Ach, we hebben er leren mee leven,
Moet zijn: Ach, we hebben ermee leren leven,
– maar ik verkies toch dat het overdag onweert.’
Moet zijn: maak ik verkies onweer overdag.
Of: maak ik kies ervoor dat het overdag onweert.
In de laatste zin is de woordvolgorde bepaald niet optimaal te noemen. De)ze) lezer blijft in elk geval steken op verschillende punten.
@Ineke Dankjewel voor je gedegen feedback. Ik neem het zeker mee.
Nee, ik vind het ook niet een van mijn betere stukjes, daarin deel ik je mening. Maar ik ben van het principe zowel de vondst als de vod te delen -om het cru te stellen-. Overigens zie ik 120w als een laboratorium om in te experimenteren, normaal dus dat het vaak met een sisser afloopt eer je iets te pakken hebt. Ook zit ik in een inspiratiecrisis. De muze laat zich niet zomaar van het schap plukken. Dus dagen wij mekaar wat uit. Ooit levert dat weer iets op, ik weet het zeker. Ik voel het 😉
Een warme groet,
Hilde
en dankjewel voor de tweet!
Ik schuif in de stoel voor de controle van mijn tandvlees en de behandeling van de ontsteking. Wachtend op de parodontoloog doet de assistente geeuwend verhaal.
‘Ik heb amper geslapen vannacht.’
‘Hoe komt dat?’
‘Vanwege het onweer.’
‘Ik begrijp het. Je slaapt onder een dakvlakraam en lag wakker van de herrie.‘
‘Klopt, maar daar lag het niet aan.’
‘Was je bang?’
‘Nee ik niet, maar mijn moeder wel.’
’Moest je bij haar gaan zitten?’
‘Nee, ik moest mijn jonger broertje wakker maken om dan met z’n allen beneden te waken tot het onweer voorbij was.’
‘Je meent het?!’
‘Ooit heeft ze een blikseminslag meegemaakt, en sindsdien doet ze dat. Ach, we hebben ermee leren leven, maar ik verkies onweer overdag.’
ik vind de tweede versie hier direct boven beter dan de tekstversie.Hartje!
dankjewel José!
Hilde, mooie setting. Als krantenjongen had ik een buitenwijk in Hank. Met onweer heb ik eens een soort naschok gehad.
Denk aan de opdonder van schrikdraad, zo ongeveer.
Van af dat moment ben ik met onweer meer op mijn hoede.
dankjewel VmetdeVorK,
ik heb het gelukkig nog nooit van dichtbij meegemaakt, maar een vriendin van me heeft ooit een vuurbal tussen de tenten van de berg zien afrollen. De natuur is een grote kracht, het is verstandig op je hoede te zijn.