Ik zie hem al maanden. Hij rust steeds met zijn handen nonchalant op de leuning van de brug. Roerloos staat hij daar. In het koffiehuisje waar ik werk, wordt gefluisterd dat hij wil springen, maar er de moed niet voor heeft. De romanticus in mij denkt er echter anders over. Volgens mij wacht hij op haar, wie ze ook moge zijn. Vandaag staat hij ineengedoken, de temperatuur flirt immers met het vriespunt.
Er is bijna geen volk in de bar en ik besluit hem een kop koffie te brengen. Hij schrikt niet als ik plotseling naast hem verschijn. “Ik heb al wat rondgedobberd, maar nu heb ik je eindelijk gevonden.” is wat hij fluistert, voor bij mij het licht uitgaat.


’t Is mysterieus en dat blijft het. Wie of wat de hij-figuur is en wat hij doet, blijft in nevelen gehuld. Dat geldt ook voor de vraag waarom bij de ik-figuur opeens het licht uitgaat.
Met vriendelijek groet,
Chris
@Stefanie, prachtig, het ging recht mijn hart in en ik begrijp waarom het licht uitging. Twee puntjes. De hele dag geen volk in de bar lijkt mij onwaarschijnlijk. En het is m.i. het vriespunt. >3
@Mili : je hebt helemaal gelijk, puntjes aangepast 🙂 . Bedankt!
@Stefanie, leuk stuk, goed plot en goed geschreven. Een aanmerking: de zin met het citaat loopt niet lekker. Na gevonden hoort een komma volgens de ELDA-regel en wanneer je die regel niet volgt, dan hoort er een komma na het aanhalingsteken waarmee je afsluit. Het citaat kan ook beter op een nieuwe regel beginnen. “Fluistert hij” vind ik mooier passen in het geheel.
Het einde is mysterieus inderdaad, ik stel me voor dat de hij een psychopaat is die zijn prooi (de ik) nu eindelijk te pakken heeft, maar misschien is dat mijn eigen zieke geest. Dat vind ik wel fijn, dat je het als lezer zelf mag invullen. En de ik vult dan ook al in wat ze observeert. Knap gedaan!
Wat mooi. Ik had het begrepen zoals Hekate beschrijft.