Het was echt een zware dobber.
Zijn innerlijke stem vond dat hij het niet meer moest doen.
Maar de dobbelstenen lagen er verleidelijk bij.
De grote hoeveelheden Germaanse mede vertroebelde zijn denken.
Als hij slecht gooide was hij al zijn bezittingen kwijt.
Goed, hij bezat niet zo heel veel.
Maar toch, bij verlies restte hem levenslange slavernij.
Als hij won, ja wat dan. Ja, dan had hij twee keer bijna niets.
Was dat het risico waard?
De centurion keek hem indringend aan.
“Nou kom op. Wat wordt het. Ik had Rome al bijna gebouwd, zolang twijfel je nu al.”
De mannen joelden harder en harder.
Toen zuchtte legionair Cassius Fabula Praetexta diep.
‘Fanum Fortunae! Sta mij bij!’
De stenen rolden.


De waanzin van de dwangmatige gokker, zo veel te verliezen, zo weinig te winnen, en dan toch … Mooi gebracht.
Waarom begin je iedere zin op een nieuwe regel? De witregels lijken mij ook nogal willekeurig.
De grote hoeveelheden Germaanse mede vertroebeldeN zijn denken.