‘Kom je morgen weer?’
Zijn stem kraakt
maar zijn ogen
lachen.
Ik streel hem door zijn
haar. Zijn kruin valt me nu pas op.
Zijn ogen sluiten zich
als ik ze kus.
‘Tuurlijk,’ lieg ik
met opgewekte stem.
‘Dag pap,’ hoor ik me zeggen.
‘Slaap maar wat. Morgen praten we verder.’
Ik kijk niet meer om maar voel zijn ogen
in mijn rug terwijl ik de kamer verlaat.
Tranen rollen over mijn wangen
terwijl ik de deur achter me toetrek.
Het lijkt alsof ik een stukje van mezelf
achterlaat.
Vlak voor ik naar bed ga, besluit ik op mijn
stappen terug te keren. Morgen ga ik
terug, net als de dag nadien.
‘Ooit komt het weer goed,’ fluister ik zacht.

Heel fijn beschreven, Werner, zo kwetsbaar. Ik begrijp alleen niet altijd je keuze voor bepaalde spaties.
ik begrijp je opmerking Irma maar enkel inhoudelijke commentaar graag ;-)…. niet erg hoor. bedankt ook voor het ‘fijn geschreven’
Inhoudelijk is
het mooi.