Nadat je mijn tere vleugels
versierde met zwartomrande gaten
vloog ik niet meer.
Buiten adem stortte ik
keer op keer koortsachtig
klapwiekend neer
in mijn verwaarloosde paradijs,
waar de ooit roodgebloste appels
verbleekten, gedoofd vuur siste
en de oude eik zachtjes huilde als ik
de dagen in zijn bast kraste.
Ik dacht niet meer aan
jouw luilekkerland
waar ik gelukkig
leefde
zweefde
mij met plakkerige handen tegoed deed aan
mierzoete bergen
Ik dacht aan toen
de rivier plots stopte
met stromen
en je mij een laatste glas gaf om
mijn tjokvolle mond leeg te spoelen.
In het zwakke schijnsel van de maan
slikte ik mijn brok door,
pakte naald en draad
om weg te fladderen
voordat het echt donker werd.

Ik ben niet echt ‘van het dichten’, maar deze beelden kwamen bij mij meteen over. Mooi… <3
Erg mooi beeldend gedicht dat nog aan kracht zou winnen als je vijf woorden in de tegenwoordige tijd zet in plaats van in de verleden tijd:
dacht -> denk
dacht -> denk
slikte -> slik
pakte -> pak
werd -> wordt
dan duik je er als het ware in.