Een zeepbel die elk moment uit elkaar kan spatten. Een spinrag dat kreunt onder het gewicht van zijn bewoner en haar prooi. De zon die de strijd met de horizon verliest. Zijn zenuwen, gespannen als snaren, weten niet goed of ze toch maar weer meegaand zijn of kraken. Door zijn hoofd tollen de gedachten en maken steeds snellere rondjes. Met de handen tegen zijn slapen vecht hij tegen de demonen van tijd en stress.
Maar als hij zijn ogen sluit, lijkt het alsof de carrousel tot stilstand komt. Paard, olifant en brandweerwagen worden weer paard, olifant en brandweerwagen en niet langer grijze uitgerekte schimmen. Hij ademt diep in en glimlacht naar zichzelf: ‘Neen, jongen, zo snel geef ik niet op.’


Recente reacties