Het is warm noch koud, ze is boos noch vrolijk, haar gelaat is mooi noch lelijk. Alles proeft naar niets en balancerend langs de afgrond van licht en donker is niets wit noch zwart. Gelaten beseft ze dat verleden en toekomst nooit meer kleur dan grijstinten toestaan. Ze heeft geen vrienden en niemand neemt de moeite haar vijand te zijn. Onzichtbaarheid maakt haar opvallend onopvallend. Doofstom negeert de wereld haar, wanneer ze geluidloos schreeuwend haar zinloosheid ventileert.
Het is te laat om iets te worden, nu ze niets meer is. Leeg maar doelbewust openen haar ogen zich voor het eerst. Starend naar haar pijn wordt ze koud en warm, lelijk en mooi. De duisternis kleurt rood en smaakt naar meer.


Poeh @G.J. een boeiend stukje. Mooie contrasterende begrippen. Het enige cliché, wel nog steeds mooi, vind ik, geluidloos schreeuwen. Dat lees je best vaak. Goed gedaan, 2 x gelezen.
@Desiree dank. Ik was me bewust van het geluidloos schreeuwen, maar door 120 woorden beperkt lukte het mij niet om iets anders te verzinnen 🙂