‘Neen, nicht Alida, ik ben niet matineus.’
‘Je stond toch altijd vroeg op?’
‘Ja, toen ik nog wekkermatig aan mijn arbeidsplicht voldeed.’
‘Je kunt wel een ochtendmens worden, Vreeswijk.’
‘Wie zegt dat?’
‘Coaches van de sociale media. Je staat om zes uur op, neemt een koude douche, eet iets gezonds…’
‘Quinoa zeker?’
‘Nee, dat is zó 2020.’
‘Waarom een koude douche?’
‘Goed voor je.’
‘Voor wat?’
‘Voor je afweersysteem, Vreeswijk. En daarna maak je een wandeling?’
‘Waar, Alida?’
‘In de natuur.’
‘Welke natuur?’
‘Het park bijvoorbeeld.’
‘Met die daklozen heb ik zeker mijn afweersysteem nodig. En als ik weer thuiskom, val ik mediterend op een yogamatje in slaap, Alida.’
‘Zet jezelf aan, Vreeswijk!’
‘Liever om negen uur het koffiezetapparaat, Alida.’


Hoewel ik mij de heer Vreeswijk niet kan voorstellen op een yogamatje, snap ik wel dat hij niet bij het krieken van de dag zijn koffiezetapparaat aanzet.
Hij zal beslist nooit mujn theemaatje worden, hoewel ik ook niet echt een ochtendmens ben. Misschien moet ik er ook maar een stukje aan wagen?
Han, ik neem aan dat je dit stukje in de vroege ochtenduren hebt geschreven… Vlak na zonsopkomst?
Levja. Eerst werd erop afgegeven, maar nu het een hype is, ligt iedereen op een yogamatje, doucht koud en mediteert.
Moet je zeker doen.
Ewald. Nee hoor, zo matineus ben ik niet. De heer Vreeswijk moet maar even wachten.