Hij heette Jan. Zijn achternaam ben ik vergeten. Een beetje zonderling figuur, bepaald niet heldhaftig. We marcheerden van Den Helder naar Den Briel en hij speelde de hele tijd op zijn trompet. Hij stopte pas toen de jongens dreigden die trompet ergens te stoppen… afijn, u begrijpt wat ik bedoel. Hij was hard uit de poppenkast gevallen, bleek later. En zijn vrouw – ze had een aparte, ouderwetse naam – was nogal dominant.
Toen werd ik boventallig verklaard; niemand zou nog behoefte hebben aan een aalmoezenier. Nu ben ik als zzp’er coach. Man, ik loop binnen. Weet je dat de meesten van mijn cliënten mannen met dominante vrouwen zijn, die mij alles durven zeggen wat ze thuis niet in hun hoofd halen?


Recente reacties