Hij steekt meteen van wal: ‘Het is zo ver gekomen dat ik mijn eigen kinderen sla. De herrie die ze maken is niet te verdragen.’
‘Hoe voelt dit voor je?’ vraag ik.
‘Wat is dat nu voor een vraag? Zeg me liever hoe ik ze stil krijg.’
Zijn gezicht loopt rood aan. ‘Ben ik even vijf maanden weg en mijn vrouw laat het volledig uit de hand lopen.’
‘Denk je nog veel aan dáár?’ vraag ik hem.
‘Ze bekogelden me met steentjes, kinderen van nog geen zes jaar oud.’
‘Ze wisten niet wat ze deden,’ zeg ik.
Zijn ogen vullen zich met tranen: ‘Het ergste is dat ik steentjes teruggooide naar hen.’
‘Het waren de omstandigheden.’
‘Een lafaard ben ik.’


@Nel. En dan ga je je kinderen slaan…
‘Het ergste is, dat ik – ‘Het ergste is dat ik… Geen komma voor dat als voegwoord, tenzij het een lange zin is.
@Han, dank!
Ik twijfelde al over die komma. Ik haal hem weg.
@Nel. Ach, het is maar een komma…
Hier heb ik gemengde gevoelens. Ik zou het logischer hebben gevonden in dit geval als hij op de kinderen had geschoten.
@Levja, ik begrijp je overweging.
Ik las in de VK over de veteraan die stenen terug gooide naar kinderen en zich daarvoor diep schaamde. Daarop baseerde ik mijn verhaal.
Zo zie je maar, Nel, dat lezer en schrijver toch min of meer een eigen beeld vormen. Veteranen hebben helemaal veel beelden gezien, die zij vaak niet meer kunnen loslaten.
Ik dacht aan een documentaire waarin een Israëlische soldaat wel schoot op stenen gooiende Palestijnse kinderen nadat zijn vriend door een scherf- handgranaat om het leven is gekomen. Later besefte hij dat die niet door de kinderen was gegooid, maar zij als afweergeschut waren gebruikt.