‘Wat een mooi huis, hè. Jammer dat ze geen kinderen hebben gekregen, dan besef ik weer hoe blij ik ben met jullie.’
‘Wat zijn dit, pap?’
‘Dat zijn zeepdoosjes, je oudtante verzamelde die.’
‘Dat bestaat toch niet meer?’
‘Die kreeg je vroeger op je hotelkamer, ze nam ze waarschijnlijk altijd mee. Ruik maar, lekker, ook al zijn ze oud.’
‘Best raar, toch?’
‘Het is hartstikke raar, daarin heb je gelijk. Mensen “gelukkig nieuwjaar” wensen terwijl ze nog begraven moet worden.’
‘Denk je dat ze bij elkaar zijn, Opa Harry, tante Corry en tante Wies?’
‘Ja, dat geloof ik wel, en dat hoop ik ook van harte. Kom dan breng ik je naar je moeder.’
‘Is goed, pap. Dag mooi huis.’

Mooi verhaaltje.
Ja, tante heeft de jaarwisseling net niet gehaald. Dank voor je reactie.
Luc. Een beetje onduidelijk laatste stukje. Hoe wist de vader wat het kind bedoelde? Eigenlijk legt hij het zelf in de volgende zin uit.
Mensen “gelukkig nieuwjaar” wensen terwijl ze nog begraven moet worden.’ – wens je ze als ze begraven is dan gelukkig nieuwjaar? Ik denk dat dat helemaal niet aan de orde is, als het tenminste om een dierbare gaat.
‘Wat een mooi huis, hé. – ‘Wat een mooi huis, hè.