De zee is koud, we hebben slechts gewaad. Hier op dit eiland hebben we elkaar gevonden, waarna de dagelijkse stroom van het vaste land ons heeft meegesleurd, in het drijfzand heeft laten zakken.
We rapen lange schelpen op: scheermesjes, net zoals toen. Zonder elkaar aan te kijken voelen we elkaars hand. Er stroomt weer bloed door onze aderen, die zuurstof naar vitale lichaamsdelen transporteert. Achter die duin deden we het intens. Altijd ‘met’. De toeslagenaffaire laten we in de diepe plastic zee achter ons. We hebben lust, vreselijke lust en rennen door het mulle zand naar onze duin, met daarachter de kraam waar we altijd ons ultieme hoogtepunt beleefden: ‘Twee patat met, maar zonder toeslag,’ hijg ik. ‘In een puntzak.’


Friet in een puntzak, gouden tijden herleven. Maar of we daar blij mee moeten zijn…
Luc. Ach, zo vaak eet ik geen patat.
Zeer origineel gebruik van het themawoord, Han. Knap bedacht.
Ewald. Dank je voor je compliment, hier neem ik een zak patat op!
In 120 woorden naar een hoogtepunt toe schrijven, jij redt dat!
En ja, die zak patat met een fikse klodder mayonaise bovenop, waardoor de bovenste laag slap van de saus hing en het voor de onderste laag patat schrapen was om nog een beetje vet van de randen van de zak te krijgen. Heel fijne herinneringen aan.
Alice. Haha. Herkenbaar. In ieder geval beter dan die plastic bakjes, waaruit de bovenste patat op je schoenen valt.
@Han: geinig, we hebben hetzelfde ‘gewaad’ gebruikt. Ik houd trouwens vooral van die puntzakken met friet-met!
Lisette. Haha, leuk, dat is zeker zo. Maar ik waad toch liever in de zee dan dat ik tot mijn enkels in een ondergelopen huis sta.