‘Sinds ik niet meer dood ben, kan ik het niet meer vinden. Kijk maar niet zo verbaasd, het kan iedereen overkomen. U bent wel veel jonger dan ik, maar het kan zo gebeuren.’
Een griezelige man, niet alleen door wat hij zegt. Als hij zijn mond had gehouden, dacht ik er hetzelfde over. Hij heeft een ondefinieerbaar natuurtalent.
‘Je weet het pas als ze je het zeggen. Natuurlijk heb ik die man bedankt, maar eigenlijk weet ik niet waarvoor, want ik vind er niets meer aan. Van de week heb ik er weer drie weggebracht, daar viel niets meer aan te reanimeren. En toch denk je: wanneer ben ik aan de beurt. Koffie met cake? Ik houd niet van tradities.’


Voor mij ook geen cake en koffie. Ik heb liever thee.
Iedereen komt aan de beurt, toch nog een beetje rechtvaardigheid in de wereld.
Luc, in dat opzicht zeker.