‘Meneer Vreeswijk?’
‘Komt u binnen.’
‘Mag ik eerst even van uw toilet gebruikmaken?’
‘Uiteraard.’
‘Zo, dat lucht op. Waar hangt de ketel?’
‘In de keuken.’
‘Dat slangetje is stuk. Zo gebeurd. O jee…’
‘Wat?’
‘Ik moet alweer.’
‘U neemt wel de tijd.’
‘Die hachee van gisteren… Even naar de zaak, een slangetje halen.’
‘Dat duurde lang.’
‘We hadden ‘m niet, dus moest ik naar de groothandel – o jee.’
‘Alweer?’
‘Nou, meneer Vreeswijk, fluitje van een cent.’
‘Fijn.’
‘Dat is dan 600 euro.’
‘Voor een slangetje?!’
‘Uurloon en verblijfkosten hè. Doucht u dagelijks?’
‘Uiteraard.’
‘Dat is nog geen 2 euro per dag.’
‘Nee, maar…’
‘Mag ik u een tip geven? Douch twee keer per dag, dat scheelt nog eens de helft!’


Zo reken en redeneer ik ook wel eens als ik voor een aankoop sta die ik eigenlijk net even te duur (voor mezelf) vind. Soms overtuig ik me!
Alice, maar de heer Vreeswijk had geen keuze.
Begrijp ik Han, ik bedoel de rekenmethode van de loodgieter
Alice. O, op die manier.
Haha, dat zou zomaar echt waar kunnen zijn. Lekker ongemakkelijk voor zowel de monteur als de klant in eigen huis. Het duurde even voordat ik het rekengrapje doorhad.8
Lousjekoesje. Haha, uiteindelijk toch gelukt.
Haha, die 8 was de uitkomst om zonder in te loggen een reactie te plaatsen. Jaja, ik ben hier met taal En rekenen bezig. (9×8=)
Lousjekoesje. Slim!