Hij ziet zijn reflectie in het raam, waarachter hij dromerig over het schoolplein keek. De vrije vogels zaten soms op de schutting en soms in de boom. De melk werd gebracht. In de middagpauze pakte hij een flesje dat ver van de verwarming stond. Hij haatte lauwe melk. En de meester hem. Op een dag mocht hij geen melk pakken, want zijn moeder was vergeten het bruine envelopje met melkgeld op zijn trui te spelden. Hij pakte toch een flesje en kreeg weer eens een oorvijg – hij gunde de meester zijn tranen niet.
‘Wat is je oor rood,’ had zijn moeder gezegd. ‘Heb je nu weer een bal op je hoofd gehad? Kijk toch uit met dat voetballen.’
Hij knikte.


Ik vind dit een erg mooi stukje, Han.
Een tijdje terug zag ik een korte film over een jongen die elke ochtend te laat op school kwam. Elke keer moest hij zijn handen ophouden en kreeg hij klappen met een zweep. Het kind vertrok geen spier. Totdat de leraar op een dag door het dorp fietste en de jongen zag die zijn moeder in een rolstoel naar een soort dagopvang bracht. Toen de jongen weer te laat in de klas aankwam, knielde de man en gaf hem de zweep en hield zijn handen op. De jongen sloeg niet.
Het ontroerde me diep en dat doet dit stukje me ook.
Levja, dank je voor je mooie reactie. En wat jij vertelt, raakt me diep. Wat volwassenen kinderen aandoen…