‘Ons gas gaat uitgerekend naar de moffen, die naar dat uitvaagsel luisterden.’
‘Dat jij leraar Duits bent geworden, Sal.’
‘Zeg, ik ben geen Faust die zijn ziel aan de duivel verkocht! Ik sprak goed Duits na die vreselijke jaren en begon Goethe te lezen, Thomas Mann en Kafka; de maatschappij veroordeelt je niet alleen, maar slokt je op – het duurt niet lang meer…’
‘Kom op, Sal!’
‘Ik ben toch niet mesjogge? Ik wil in stilte kleurloos verdwijnen, in de koude kaalheid van de winter’ – hij doet zijn alpinopet af en wijst op zijn schedel.
‘Kleur geeft je valse hoop, je leeft niet op een toverberg. In het archetypische Venetië wil ik niet doodgaan, ik ga als een ongewenst insect. Mazzeltof.’


Han, dit is weer zo’n stuk waarbij ik me hardop afvraag…ja, en, dus? Kortom, laat ik volstaan met de mededeling dat ik het meerdere keren gelezen heb. Grt
Luc, het kan zijn dat ik dit voor jou niet duidelijk heb geschreven. Het kan zijn dat je het niet begrijpt ook al lees je het meerdere keren.
‘Ja, en, dus’… Zo kun je alles dood relativeren. Ook anekdotes of een verhaaltje over een bootvluchteling et cetera.