‘Iedereen zit met zijn handen aan die spuitfles, nicht Alida.’
‘Dan spuit je toch ook je handen schoon, Vreeswijk?’
‘Met diezelfde fles? Denk eens na, Alida.’
‘Hoe leuk is dat!’
‘Helemaal niet leuk, Alida.’
‘Hoezo?’
‘”Hoe leuk is dat.” Iedereen zegt dat en je leest het overal.’
‘Twee plus een gratis, Vreeswijk. Acht euro in plaats van twaalf euro!’
‘Neiging tot vet worden, weerbarstig haar… Onzin, Alida. Wat erin zit kun je niet lezen.’
‘Jawel, hier zit caroteen in, is ook goed voor je ogen.’
‘Shampoo mag niet in je ogen komen, Alida – wat moet ik met drie flessen shampoo?’
‘Eén fles weerbarstig voor jou en twee flessen caroteen voor mij.’
‘Dan krijg ik nog acht euro van je, Alida.’


Vreeswijk, je moet een tikkie sturen! Hoe leuk is dat! Grt.
Luc, Vreeswijk is daar onbekend mee.
De heer Vreeswijk stamt duidelijk uit de generatie goede hoofdrekenaars