In het trapportaal, zoals we het trappenhuis noemden, galmde onze liefde op het eerste gezicht.
Als laatste zag ze mijn gezicht en lachte, ik echode haar lach terug.
Ze zeiden dat ik niet in het verleden moest leven. Maar dat deed ik niet. Nu nog steeds niet. Ik sta vandaag op en ga vandaag naar bed. En als het meezit sta ik morgen weer op. Alleen. Dat wel.
Ze zeggen niet langer dat ik in het verleden leef, dat is allemaal verleden tijd. Bij sommigen leg ik een bloemetje neer, anderen laat ik linksliggen. Ze rusten hier, maar ik ben nog lang niet moe.
Wat fijn dat ik aan het verre verleden kan terugdenken, het geeft me zoveel meer toekomst.


Heel mooi, Han
Mooi en gevoelig. Onze liefde galmde op het eerste gezicht: prachtige zin
Ja, mooi Han. Grt
Levja, Alice en Luc, dank je wel!
@Han: mooi. Alleen lijkt het in de eerste zin alsof je het weekwoord er met de haren bijgesleept hebt, niet nodig, toch?
Lisette. Een trapportaal galmt meer dan een trappenhuis. Vandaar.
Han, mijn moeder zei altijd trappengat. Ik dacht altijd dat zij dat verzonnen had, maar het staat zelfs in het Groene Boekje. Ook trapgat. Nooit te oud om te leren, ha ha
Levja, Ik ken ook trapgat van vroeger.
De eerste alinea vind ik mooi. De tweede alinea moest ik een paar keer lezen want ik zag eerst niet waar ‘sommigen’ en ‘anderen’ op slaat.