‘Hoi oop.’
‘Ha die Tijl. Kopje thee met een tompouce erbij?’
‘Dat is toch zo’n kleverig, vierkant ding?’
‘Rechthoekig en je kunt ‘m het beste maar met een vork slachten.’
‘Tompouce, wie heeft die rare naam verzonnen?’
‘De naam komt uit het Frans, Tom Pouce, in het Nederlands Tom Duim.’
‘Ik heb hier weleens een stripboek van jou gelezen waar ook een Tom Poes in voorkwam.’
‘O ja, ik zag het laatst liggen; je was zeker weer vergeten om het op te bergen?’
‘Oop! Ik weet nog hoe het heette: “Tom Poes en het tijddeurtje”.
‘Ja en omdat Heer Ollie B. Bommel er ook gebruik van maakte vond de Belastingdienst dat ze voordeurdelers waren.’
‘Helemaal niet opa, je wordt seniel!’

Willem, enige aanvulling voor de kennis van Thijs:
Pouce is inderdaad Frans voor duim, toch wordt de tompouce alleen in Nederland zo genoemd. In Frankrijk heet datzelfde gebakje een ‘millefeuille’ (duizend laagjes), In Italië ‘mille foglie’ en in België ‘boekske’ of ‘glacéke’. In bijna alle andere landen heet de tompouce een ‘Napoleon(baksel)’.
Tompouce is de Nederlandse verfransing van het Engelse Tom Thumb (Kleinduimpje), bedacht door een Amsterdamse bakker uit 1858.
bron: hema.nl
Dank Ewald, ik had dat ook gelezen, maar zoals je weet vraagt ‘120 woorden’ om beperking.
‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’
Johann Wolfgang von Goethe