Vanmorgen vroeg word ik van mijn bed gelicht.
‘Heeft u een net pak?’ vraagt die chauffeur. Voordat ik het weet, zit ik in het stadhuis.
‘(…) Het heeft Zijne Majesteit de Koning behaagd…
U bent dé voordeurdeler van Vught. Wie hebben zoal onderdak bij u gevonden?’
‘Namen noem ik niet, ik lek niet. Maar discriminerende belastingambtenaren, liegende politici en een verwilderde. Witwassende bankemployees… Ik verzorg ze goed, hoor; Gerrit eet graag zalm.’
‘Politici…?’
‘Ja. Een beangstigende toename. Ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet en kunnen niet door één celdeur; zoals een blonde powervrouw en een man met zwartgeverfd haar. Maken ze ruzie, wie boven in het stapelbed mag slapen. Ze krijgen alleen bezoek van een nogal omzichtige man.’


Geweldig Han!
Han: grijnsgrijns
Willem, dank je.
Berdien, fijn dat je erom kunt lachen.