‘De groepsdynamiek van het CDA doet me de das om.’
‘Maar u bent zelf toch ook christen?’
‘Die moraal raak je nooit meer kwijt.’
‘Gaat u die miljoenen terugstorten?’
‘Dat vroeg u laatst ook al. Ik zei u dat ik die ga investeren.’
‘Maar toch niet in sambal uit Wuhan? Dat meent u toch niet?’
‘Nee, maar door dat geneuzel moest ik toch wat zeggen? Ik koop er een speedboot voor. Dat is al twee miljoen.’
‘Zo’n zelfde als…?’
‘Exact. Hij heeft niet eens een stichting, maar maakt alleen maar winst. Wat moet hij terugbetalen?
Een goede zakcent voor mijn kinderen en de rest ga ik investeren.’
‘Dus toch. Waarin?’
‘Vaccins.’
‘Maar die hebben we al voldoende!’
‘Niet in Afrika.’


Het is en blijft een oplichter. Ieder woord wat je eraan besteedt is er een teveel. Al met al leest het wel weer vermakelijk weg. Grt.
Luc, hartelijk dank. Inderdaad, ieder woord is er een te veel.