Zijn trui is lang en biedt houvast. Ik ben kort.
‘Niet aan mijn trui trekken, dat is een overtreding.’
‘Dat doe ik niet.’
‘Sportief zijn, maatje. Nu doe je het weer. Het is nokken!’
Mijn vader stopt ermee. Ik blijf staan met mijn bal. Alleen.
’s Avonds kan ik niet slapen. “Papa!” schreeuw ik vanuit bed. Hij hoort mij niet, beneden in de conversatiezaal van het vakantiepension.
“De vaders tegen de zonen”, heet de nieuwjaarswedstrijd begin jaren 70 bij Zeeburgia. Mijn vader rechtsback, ik linksbuiten: samen tegenover elkaar.
Mijn vader vloert mij zachtjes met zijn dijbeen. “Penalty”, beslist de scheidsrechter. We lachen.
Ik ben lang en voetbalshirts zijn kort.
In 1996 geeft de levensarbitrage hem rood. Het is nokken.
“Papa!”


In de sport betekent rood een schorsing, die nog kan worden aangevochten ook.
Tja Han, de laatste rode kaart is altijd definitief. Daar is meestal zelfs geen overtreding aan voorafgegaan.
Ewald. Het rood van de levensarbitrage betekent voor eeuwig geschorst.
Mooi gezegd, Han.
Dank je, Ewald.
Prachtig eerbetoon Han.
Dank je wel, Willem. Doet me goed.
Ik heb nooit kunnen voetballen met mijn vader Han, daarvoor is hij te vroeg overleden…dit jaar alweer 40 jaar maar liefst…en toch…als de dag van gisteren. Grt. Mooi stuk, graag gelezen.
Luc, dat is triest en je kunt het nooit inhalen. Dank je wel.