‘Wordt het niet vreemd voor u dit jaar?’ vraag ik.
‘Sal, ik heet Sal. Leer je dat nu nooit?’
Sal stroopt zijn mouw op: ‘Als ik naar dit nummer kijk dan huil ik. Maar dat zie je niet.’
‘Kon je het niet laten weghalen?’
‘Ben je mesjogge? Als ik niet weet wie ik was als negentienjarige, zonder ouders, weet ik het weer.
Ooit heb ik mijn kleindochter zo’n tekendoos gegeven. Iedere afbeelding was genummerd met bijbehorende kleuren. Het penseel deed het werk. Gewoon quatsch. Genummerde tekeningen, maar wel van haar. Ze heeft ze allemaal bewaard.
Mijn leven als hoogbejaarde wordt nu uitgedrukt in een economische waarde. COVID-19 is al op mijn toges getatoeëerd. Mij hoor je niet op 4 mei.’


@Han. Mooi punt gemaakt zo. Misschien kun je nog eens met een ‘externe blik’ naar deze zin kijken: Als ik niet weet wie ik was als negentienjarige, zonder ouders, weet ik het weer.
Kan misschien een fractie soepeler worden geformuleerd? Vooral deze combi:’Als ik niet weet… weet ik het weer.’ Maar het kan natuurlijk ook de spreektrant van Sal zijn; ik ken hem verder niet…
@Cesar. Deze kromme zin heb ik doelbewust zo geschreven: hij weet het niet maar toch ook weer wel.
@Han. Heel plausibel deze spreektrant van Sal.
@Cesar. Van de tweede keer weet, kan ik ook voel maken. Ik denk er even over na.
@Han. Sal zou heel goed zo kunnen praten, hoor. Mijn punt is vooral dat deze zin interpretatieproblemen kan opleveren bij de lezer. Ik verwacht bij zo’n uitleg van Sal iets van ‘Als ik niet meer weet…’ maar dan kom je aan het eind weer niet goed uit.
In ieder geval de moeite waard om inderdaad eens over na te denken.
@Cesar. Als hij niet weet wie hij is, kijkt hij naar het nummer. Dan weet hij het weer; meer als een herinnering.
@Han. Dat is wel duidelijk, hoor. Maar de combinatie ‘Als ik niet meer weet wie ik was, weet ik het weer’ heeft een zweem van onbedoelde contradictie. Als je de context erbij neemt, is het natuurlijk wel duidelijker.
@Cesar. En dat is dan ook weer duidelijk. Dank je.