‘Ach meneer, wilt u op dat andere bankje gaan zitten?’
‘Mevrouw, we zitten op meer dan anderhalve meter afstand.’
‘Ja, nee hoor, u doet het uitstekend. En het hoeft niet meteen, pas als mijn man terugkomt van de supermarkt. Ik klaag niet hoor, in de oorlog hadden we niet te eten. Eigenlijk vind ik het fijn dat we met de paasdagen alleen zijn. Lotte is aan het puberen. Als ik er wat van zeg, krijg ik ruzie met mijn dochter. En mijn schoonzoon… Nee hoor, gezellig met z’n tweetjes herinneringen ophalen aan de oorlog en zo.
Ah, daar is mijn man. “Kun je op dat andere bankje gaan zitten, Ben? Ik ben zo leuk met deze meneer aan het praten.”’


Ik vermoed dat Ben met alle plezier op het andere bankje plaatsneemt.
Verrassende twist op het einde 🙂
Het geeft mij het beeld van Simon Carmiggelt weer. Ik bedoel dit dus als compliment, hoor. Ik zie het voor me en ik begrijp die mevrouw helemaal.
@Ewald. Dat denk ik ook.
@Inge. Dank je wel!
@Levja. Dat vind ik een mooi compliment. Hartelijk dank.