Keelklanken maken, meer was het niet. Het waren vooral de gebaren waarmee ze communiceerden.
Jagen moesten ze samen doen en dan was het handig om daar afspraken over te maken.
Jongens leerden het van hun vaders, maar elke generatie verbeterde de techniek. De gebaren werden verfijnder, maar vooral de klanktaal was een ware revolutie. Binnen vijf generaties hadden ze een begrippenschat samengesteld van tientallen dieren, wapens, kledingstukken en andere handige wetenswaardigheden zoals: plaatsen, getallen, etenswaren en waarderingsgradaties.
De vrouwen en meisjes hadden meestal geen benul waar hun vaders en broers het over hadden.
Die hielden dat ook liever zo. Zelfs dat konden ze met hun beperkte woordenschat met elkaar afspreken (soms zijn mannen gehaaider dan vrouwen).
Tot de homo-sapiens verscheen …

Leuk stukje, Willem. Ook de titel geestig bedacht.
Dank je Ewald.
@Willem. Er zit -bewust of onbewust- meer waarheid in dan dat je op het eerste gezicht zou denken. Een en ander is prachtig beschreven in de serie van Jean Auel, De Aardkinderen, ook wel bekend als de kinderen van de dageraad. Grt
@Rop. Ik ken die (mooie) reeks Rop en onbewust zal er ik zeker wat van hebben gebruikt.