De reünie van de honderdtwintigwoordenkunstenaars was nog wel zo leuk (gevaarlijk om dit woord hier te gebruiken) begonnen.
De mensen die elkaar voor het eerst zagen, stelden zich keurig voor en hielden net zo keurig voor zich dat ze zich hem of haar toch heel anders hadden voorgesteld (maar dat gebeurt vaker onder schrijvers).
Omdat een of andere mecenas (die natuurlijk onbekend wenste te blijven) had aangeboden om de drank te betalen, waren de wijnen en whisky’s niet aan te slepen.
Er was ook voor muziek gezorgd, een 75-plusser die probeerde met een keyboard boven het aanzwellende rumoer uit te komen.
De brallende lieden waren niet tevreden over het gebodene.
En masse schalde men: galalalalalala, galalalalalala, galalalalalala, galalalalalala.
Men genoot.

Te laat voor het weekthema en irritant woordje in de tekst maar dat zal komen door al die dranken zeker, die ‘niet aan te slepen waren’ (?)
Dat zal me niet meer overkomen Guido 🙂