Al dagenlang was het boven de veertig graden. Het sterftecijfer in verpleeghuizen was een veelvoud van wat corona voor elkaar had gekregen. Men vocht om een plekje aan zee of bij een meer. Mensen wisten letterlijk niet waar ze het zoeken moesten. Winkels werden geplunderd om iets te bemachtigen waarmee die gekmakende temperatuur wat gedrukt zou kunnen worden. Baby’s huilden dag en nacht, kinderen werden onuitstaanbaar, jeugd was niet meer in de hand te houden en voor de rest was het happen en voortdurend nathouden. Niemand raakte een ander nog aan. ‘Verhitte gemoederen’ was een understatement.
En nog was het einde niet in zicht. Op zondag exact om vijf over half drie kwam heel het land zonder stroom te zitten.

Ik krijg er kippenvel van.