Biondetta heette ze. ’s Nachts werd ze vaak gillend wakker van het geruis van de rivier, zoals ze altijd zei wanneer ik het angstzweet met een zakdoek van haar voorhoofd veegde. Overdag rende ze urenlang over een verlaten schapenpad. Als ze dan weer terug was, beefde ze helemaal van emotie. Uitputting deerde haar niet, gehard als ze was door een ellendig en eentonig leven op de steppe. Zij was het die mij de muziek van de natuur leerde kennen.
Op een dag was ze weg. Het enige wat aan haar herinnerde, was een verpletterde kruidnoot op de vloer van de keuken.
Ik ben gestopt met hoopvol naar de horizon te kijken en hoop alleen dat ze haar angsten heeft overwonnen.

Recente reacties