Ik ben een hele makkelijke eter. Mond open, gevulde lepel of beprikte vork erin, kauwen – heel belangrijk – goed kauwen en doorslikken. Hoe moeilijk kan het zijn?
Ik lust ook bijna alles. Vroeger niet trouwens, maar dat lag niet aan mij heb ik later ontdekt. Mijn moeder zaliger namelijk kookte alles veel te gaar, zodat het eten van met name tuinbonen en spruiten – de groenten die mijn vader zaliger zelf in grote hoeveelheden teelde – een crime was.
Pas toen ik getrouwd was en mijn eega de pannen op het vuur zette, ontdekte ik dat ‘groenten-met-een-bite’ veel lekkerder zijn. Alleen de worteltjes van mijn moeder waren perfect.
Maar er is echter één groente die ik niet wegkrijg. Ik heb een heuse veldslagruwel!

Leuk bedacht, Willem. Doet me aan een Oudhollands nagerecht denken: watergruwel, ook wel krentjebrij genoemd. Of het lekker is durf ik niet te zeggen. Alleen de namen al staan me tegen.
@Ewald, dank je; sport voor me om een woord te vinden waar het themawoord in verborgen zit 🙂
En dat doet mij weer zo nadenken of ik ook zo’n woord kan vinden.
Mag ik toch weer even zeuren? Ik doe het gewoon. 😉 Ik vind in de eerste zin het tussen haakjes geplaatste juist niet zo natuurlijk.
@Levja, als er één mag zeuren… (ik pas het (voor je) aan) 🙂