‘Hat valt niet mee, hè?’
De kroeg is dicht dus ik loop maar wat rond. Zo merk je dat je een gewoontedrinker bent. De man die me aanspreekt ken ik niet. ‘Nee, zeg dat wel,’ zeg ik op zeker anderhalve meter afstand.
‘De hele economie gaat naar de klote. Wat moet ik nou?’
‘U heeft geen werk?’ vraag ik.
‘Onmogelijk op anderhalve meter afstand.’
‘Bent u zzp’er of zo?’ – niet dat ik weet hoe een zzp’er eruitziet, maar wie is dat niet tegenwoordig.
‘Een zzp’er krijgt tenminste nog een tegemoetkoming. Een paar Rolexen, en dan ben ik erdoorheen.’
Hij stroopt zijn mouw op. ‘Bent u geïnteresseerd?’
‘Werkt u op de markt?’
‘Overal waar het druk is. Dat heb ik weer.’


@Han. Je stukje haalde een speldenknop uit mijn geheugen naar boven.
Lang geleden, toen ik in Amsterdam woonde, had je ook van die Rolexverkopers. Vooral in foute kroegen doken ze regelmatig op. Barkeeper James, een vent van vier vierkante meter, kreeg ze niet eens om zijn pols, tot teleurstelling van zo’n verkoper.
Maar ik denk dat de handel in die nepperds destijds wel lucratiever was dan in deze apocalyptische tijden.
@Han. De titel is meteen een treffer bij dit stukje.
@Cesar. Je reactie is weer een verhaaltje. En mensen trapten erin hier in Amsterdam.
@tiny. Dank je wel!