Iedereen had wel een uitgesproken mening. Behalve oom Frits.
‘Je mag wel uitkijken hoe je gaat zitten, meid. Ze kijken zo in je kippenhemel,’ zei tante Nel, die zoveel maten meer had dat ze twee stoelen kreeg om te gaan zitten. ‘Nee, zo’n minirokje is niet aan mij besteed’ – soms sprak ze wijze woorden.
Tante Petra’s voortanden waren eerder in de kamer dan zijzelf. Tjonge… als ze bukte kreeg ze meteen een zadel op haar rug. En oma dacht wijs te zijn en zei tegen haar kleindochter: ‘Hou God voor ogen en je hand voor je lekkers.’
‘Wat vind jij ervan, Frits?’ Maar Frits zei niets, zijn meningen waren bij voorbaat al afwijkend, want Frits was van de ‘klets klets’.


Kets kets, nog nooit eerder gehoord die uitdrukking, al vermoedde ik direct wat het betekende. Googelen bevestigde dat.
Ewald. ‘Klets klets’. Daarbij werd er met een hand op een slappe pols geslagen.
Dat gebaar ken ik inderdaad, Han, maar kets kets kende ik niet.
@Ewald. Haha: kLets kLets!