De nar vond het maar niks dat hij de raadsels van de koning nooit kon oplossen. Dat hij hem regelmatig met schaken versloeg was wel aardig, maar dat verguldde niet alles. Het moest toch mogelijk zijn om zijn vorst ook het antwoord schuldig te laten blijven. Het liefst iets op zijn eigen terrein. Ineens was daar dat eureka-moment: hij ging zelf een raadsel bedenken. Niet kunnen oplossen wilde nog niet zeggen dat hij niet iets kon verzinnen. De nar ging er eens goed voor zitten. Het ene na het andere raadsel kwam voorbij, maar geen enkele kon de goedkeuring van de bedenker wegdragen tót …
‘Sire, hoe noem je een klokkie met keelproblemen?’
De koning lachte en zei vlot: ‘Een schorloge.’

Die koning is zo gek nog niet.
Raadselachtig, elke keer weer. Grt.
Willem. Hoe verzin je het. Leuk!
Dank je Han.
Schorloge, haha, die ga ik hier thuis vertellen 🙂