‘Ik zet mijn horloge altijd voor. Dan weet ik dat ik in extra tijd leef.
‘Wie van de Drie’, daaraan denk ik als ik dat spotje over kanker op tv zie. Mijn twee broers en ik zijn gezond, maar een van ons zal als eerste gaan.
Ik ben gestopt met roken, maar stel dat ik door een heel andere ziekte als eerste de pijp uit ga – zonde van al die gemiste sigaretten – dan zijn mijn broers nog maar met z’n tweeën. Want als je dood bent, tel je niet meer mee. Dat maakt hun sterftekans opeens vijftig procent. In dat geval heb ik dus nog geluk gehad.
Als het leven aftellen is, dan begin ik maar met mijn derde borreltje.’


Han, als je begint met je derde borrel, sla je de eerste twee dan over of houd je die dan nog tegoed, zodat je de avond eindigt met je eerste borrel?
De sterftekans is 100% Han. Ik heb ook wel eens van die rare gedachten, maar ik durf er verder niet op in te gaan. Het is een vast gegeven, aan alle leven komt ooit een eind. Ik zou zeggen…neem gerust nog een borrel. Grt.
Ewald. Ik refereer aan de titel, maar vul maar in. Trouwens, een borrel… brrr!
De spotjes van de overheid of KWF, daar refereer ik aan, Luc. Een borrel drink ik niet, hooguit een biertje.
@Han: leuk stukje, ik probeer het wat na te rekenen, dan wordt het alleen maar grappiger. Is het trouwens nodig dat het verhaal tussen ‘ ‘ staat?
Lisette. Dank je wel. Niet strikt noodzakelijk, het is een keuze, accentuering dat iemand het vertelt (aan iemand?).